Café als rokerskerk van de heilige God
Door OLOF VAN JOOLEN
De Alkmaarse caféhouder Cor Busch had afgelopen maand een eureka-moment. Als hij zijn kroeg nou eens omdoopte tot godshuis: de Universele Rokerskerk van God. Dan was hij in één klap verlost van dat stomme rookverbod. Een mooi verhaal erbij over de drie-eenheid van rook, vuur en as, en klaar was Cor.
Bezoekers van de Universele Rokerskerk van God. FOTO COR DE KOCK
Helaas, zeggen deskundigen op het gebied van bestuursrecht. Ze hebben ook slecht nieuws voor Cors collega’s die hun zaak omdopen tot sociëteit en daarmee het vanaf 1 juli geldende verbod denken te kunnen omzeilen.
,,Studentikoos, hilarisch, maar kansloos. Geen rechter zal meegaan in de suggestie dat dit iets met godsdienst heeft te maken,’’ zegt hoogleraar bestuursrecht Jan Struiksma van de Vrije Universiteit in Amsterdam over het idee van de Universele Rokerskerk van God. ,,De kroegbaas heeft de schijn erg tegen, omdat hij zijn zaak omdoopte tot kerk kort nadat het rookverbod van kracht werd. Hij maakt duidelijk dat het allemaal alleen maar is bedoeld om de wet te omzeilen. De Hoge Raad heeft zich verschillende keren gebogen over de vraag wat precies godsdienst is. Er ligt dus genoeg jurisprudentie voor de rechter die twijfelt.’’
Het Maastrichtse Café ’t Jachthoes gaat sinds deze maand door het leven als clubhuis. Het is het officiële thuishonk geworden van Rookvereniging De Jagers. Eerder doopte de hoofdstedelijke Club 8 zich om tot clubhuis van de Amsterdamse Tabaks Connaisseurvereniging. Eigenaar Etienne Verheem wil hiermee protesteren tegen de ‘bemoeizucht’ van het kabinet.
De gedachte achter de sociëteiten is dat mensen lid moeten worden van de club en alleen zij de zaak in mogen. Volgens de exploitanten is er daardoor geen sprake van horeca en geldt dus de tabakswet niet die de horeca verplicht rookvrij te zijn.
,,De tabakswet is bedoeld om werknemers een rookvrije werkplek te garanderen. Of dat nou in een café of in een clubhuis is, maakt niet uit. Ik denk dat ook deze constructie onhoudbaar zal zijn,’’ reageert de Leidse hoogleraar staats- en bestuursrecht Tom Barkhuysen.
Zijn Amsterdamse collega Jan Struiksma wijst erop dat het voor de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) niet moeilijk is om de clubhuizen te tackelen door nauwkeurig te kijken wie er allemaal toegang tot de sociëteit heeft. Kan iedereen aan de deur lid worden en vervolgens naar binnen, dan is er feitelijk sprake van horeca. ,,Met fictie maakt de rechter korte metten,’’ weet professor Struiksma.
Minder zwart-wit liggen initiatieven zoals dat van de Amsterdamse coffeeshophouder Paul Wilhelm. Hij richtte in zijn net verbouwde zaak De Dampkring aan de Haarlemmersstraat een rookruimte in. De ondernemer verdomt het echter om die helemaal, zoals de tabakswet voorschrijft, luchtdicht te maken Een boete is voor Wilhelm reden voor een proefproces.
,,Het is de vraag hoe zulke zaken uitpakken,’’ reageert Tom Barkhuysen. ,,In het algemeen geldt hoe gedetailleerder de wet, des te kleiner de kans dat de rechter van de letter afwijkt. Tegelijkertijd houd je met nieuwe regelgeving altijd interpretatieverschillen. Het is aan de VWA om die onduidelijkheden weg te nemen. Blijven er vragen over, dan komt de rechter in beeld. Dat hebben we ook gezien toen het reclameverbod voor tabak werd ingevoerd.’’
De Voedsel en Waren Autoriteit die toeziet op de naleving van het rookverbod in de horeca maakt zich geen zorgen over mogelijke mazen in de wet waarvan de kroegen die zich omdopen gebruikmaken. Volgens Astrid Bergman van de VWA speelt de locatie geen rol van belang. Voor de VWA is leidend dat werkplekken rookvrij zijn, waarbij het niet uitmaakt of dat in een café of sociëteit is. De rookkerk en clubhuizen krijgen de komende dagen nog bezoek van controleurs.
Een café dat zichzelf tot kerk omdoopt is al apart, maar het kan nog een tikje vreemder.
In de jaren ’80 werden onder de keurig katholieke naam Zusters van Sint Walburga seksshows aangeboden in het Amsterdamse wallengebied. Het zou gaan om een zelfstandig onderdeel van de Satanskerk.
De ‘zusters’ gaven onder het mom van godsdienstuitoefening seksueel getinte voorstellingen waarvoor de bezoekers moesten betalen.
Ook werden er pornofilms gedraaid en werd er alcohol geschonken.
De politie was dan ook niet onder de indruk en vond dat er sprake was van een seksinrichting. Medewerkers van de dienst zeden wilden daarom regelmatig een kijkje nemen om te zien of de ‘zusters’ niet het slachtoffer werden van duistere praktijken.
De leiding van de Satanskerk weigerde dit en stapte naar de rechter. De kerkstatus kwam ook fiscaal erg prettig uit. Sint Walburga beriep zich op de vrijheid van godsdienst en de daaruit voortvloeiende privileges.
De rechtszaak ging door tot en met de Hoge Raad der Nederland. Dit hoogste rechtsorgaan van ons land constateerde in 1987 dat de ‘activiteiten niet afwijken van wat gebruikelijk is in seksclubs’ en dat er ‘geen religieuze ervaring valt waar te nemen bij de zusters, noch bij de betalende bezoekers’.
Van de kerkstatus kon volgens de Hoge Raad daarom geen sprake zijn.
Cafébaas Ton van der Werf (60) werd twee keer gedotterd en eenmaal getroffen door een hartinfarct.
Geen wonder, erkent hijzelf, de Rotterdammer rookt liefst twee pakjes shag per dag. ,,En de dokters hebben hoog en laag gesprongen: ik moest stoppen, maar ik peins er niet over.’’
Aan de wet die voorschrijft dat er in zijn café De Schaapsstal niet meer mag worden gerookt, heeft hij dan ook geen boodschap. ,,Roken is mijn keuze, mijn vrijheid. Als ik had willen stoppen had ik daar met mijn ziekenhuisbezoeken genoeg reden voor gehad. Dat ‘Den Haag’ mij nu gaat vertellen wat ik moet doen, daar trek ik me dus lekker niets van aan.’’
Roken en het drijven van zijn dranklokaal op Rotterdam-Zuid gaan hand in hand. ,,Ik ben een eenmansbedrijfje. Ik sta hier van twaalf uur ’s middags tot middernacht. Kan dus ook niet achter de toog weg. Een rookverbod voor mijn kroeg, betekent een rookverbod voor mij als persoon. Dat kan ik niet, dus paft iedereen hier gewoon lekker door.’’
Van der Werf haalde wel de asbakken weg - ‘uitlokken gaat wat ver’- maar legt de bezoeker die een peuk of shagje wil opsteken geen strobreed in de weg. ,,Dit is een bruine kroeg voor vaste bezoekers. D’r komen hier zelden mensen zomaar even aanwaaien. Iedereen kent elkaar en zeker 95 procent van de gasten rookt. De bezoekers zijn gemiddeld een jaar of 60 en komen al bijna alle 25 jaren dat we zijn geopend. Ik verdraag het niet dat mensen mij iets verbieden, dus dan ga ik mensen hun peukje ook niet afpakken.’’
Van der Werf is niet bevreesd voor controles. ,,Ik wil ze niet uitdagen natuurlijk, maar ik zie het allemaal wel. Als ze met boetes en waarschuwingen gaan strooien, zal ik er nog eens over nadenken.’’
De kroegbaas sloot zich aan bij de ongeveer vierhonderd horecaondernemers die via een kort geding het rookverbod nietig wilden laten verklaren. Ze verloren, dus is zijn hoop gevestigd op een mogelijk hoger beroep. ,,Toch reken ik nergens op, maar als we dan weer verliezen, ga ik niet alsnog politieagentje spelen.’’
Door OLOF VAN JOOLEN
De Alkmaarse caféhouder Cor Busch had afgelopen maand een eureka-moment. Als hij zijn kroeg nou eens omdoopte tot godshuis: de Universele Rokerskerk van God. Dan was hij in één klap verlost van dat stomme rookverbod. Een mooi verhaal erbij over de drie-eenheid van rook, vuur en as, en klaar was Cor.
Bezoekers van de Universele Rokerskerk van God. FOTO COR DE KOCK Helaas, zeggen deskundigen op het gebied van bestuursrecht. Ze hebben ook slecht nieuws voor Cors collega’s die hun zaak omdopen tot sociëteit en daarmee het vanaf 1 juli geldende verbod denken te kunnen omzeilen.
,,Studentikoos, hilarisch, maar kansloos. Geen rechter zal meegaan in de suggestie dat dit iets met godsdienst heeft te maken,’’ zegt hoogleraar bestuursrecht Jan Struiksma van de Vrije Universiteit in Amsterdam over het idee van de Universele Rokerskerk van God. ,,De kroegbaas heeft de schijn erg tegen, omdat hij zijn zaak omdoopte tot kerk kort nadat het rookverbod van kracht werd. Hij maakt duidelijk dat het allemaal alleen maar is bedoeld om de wet te omzeilen. De Hoge Raad heeft zich verschillende keren gebogen over de vraag wat precies godsdienst is. Er ligt dus genoeg jurisprudentie voor de rechter die twijfelt.’’
Het Maastrichtse Café ’t Jachthoes gaat sinds deze maand door het leven als clubhuis. Het is het officiële thuishonk geworden van Rookvereniging De Jagers. Eerder doopte de hoofdstedelijke Club 8 zich om tot clubhuis van de Amsterdamse Tabaks Connaisseurvereniging. Eigenaar Etienne Verheem wil hiermee protesteren tegen de ‘bemoeizucht’ van het kabinet.
De gedachte achter de sociëteiten is dat mensen lid moeten worden van de club en alleen zij de zaak in mogen. Volgens de exploitanten is er daardoor geen sprake van horeca en geldt dus de tabakswet niet die de horeca verplicht rookvrij te zijn.
,,De tabakswet is bedoeld om werknemers een rookvrije werkplek te garanderen. Of dat nou in een café of in een clubhuis is, maakt niet uit. Ik denk dat ook deze constructie onhoudbaar zal zijn,’’ reageert de Leidse hoogleraar staats- en bestuursrecht Tom Barkhuysen.
Zijn Amsterdamse collega Jan Struiksma wijst erop dat het voor de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) niet moeilijk is om de clubhuizen te tackelen door nauwkeurig te kijken wie er allemaal toegang tot de sociëteit heeft. Kan iedereen aan de deur lid worden en vervolgens naar binnen, dan is er feitelijk sprake van horeca. ,,Met fictie maakt de rechter korte metten,’’ weet professor Struiksma.
Minder zwart-wit liggen initiatieven zoals dat van de Amsterdamse coffeeshophouder Paul Wilhelm. Hij richtte in zijn net verbouwde zaak De Dampkring aan de Haarlemmersstraat een rookruimte in. De ondernemer verdomt het echter om die helemaal, zoals de tabakswet voorschrijft, luchtdicht te maken Een boete is voor Wilhelm reden voor een proefproces.
,,Het is de vraag hoe zulke zaken uitpakken,’’ reageert Tom Barkhuysen. ,,In het algemeen geldt hoe gedetailleerder de wet, des te kleiner de kans dat de rechter van de letter afwijkt. Tegelijkertijd houd je met nieuwe regelgeving altijd interpretatieverschillen. Het is aan de VWA om die onduidelijkheden weg te nemen. Blijven er vragen over, dan komt de rechter in beeld. Dat hebben we ook gezien toen het reclameverbod voor tabak werd ingevoerd.’’
De Voedsel en Waren Autoriteit die toeziet op de naleving van het rookverbod in de horeca maakt zich geen zorgen over mogelijke mazen in de wet waarvan de kroegen die zich omdopen gebruikmaken. Volgens Astrid Bergman van de VWA speelt de locatie geen rol van belang. Voor de VWA is leidend dat werkplekken rookvrij zijn, waarbij het niet uitmaakt of dat in een café of sociëteit is. De rookkerk en clubhuizen krijgen de komende dagen nog bezoek van controleurs.
| Bordeel noemde zich twintig jaar geleden al kerk |
Een café dat zichzelf tot kerk omdoopt is al apart, maar het kan nog een tikje vreemder.
In de jaren ’80 werden onder de keurig katholieke naam Zusters van Sint Walburga seksshows aangeboden in het Amsterdamse wallengebied. Het zou gaan om een zelfstandig onderdeel van de Satanskerk.
De ‘zusters’ gaven onder het mom van godsdienstuitoefening seksueel getinte voorstellingen waarvoor de bezoekers moesten betalen.
Ook werden er pornofilms gedraaid en werd er alcohol geschonken.
De politie was dan ook niet onder de indruk en vond dat er sprake was van een seksinrichting. Medewerkers van de dienst zeden wilden daarom regelmatig een kijkje nemen om te zien of de ‘zusters’ niet het slachtoffer werden van duistere praktijken.
De leiding van de Satanskerk weigerde dit en stapte naar de rechter. De kerkstatus kwam ook fiscaal erg prettig uit. Sint Walburga beriep zich op de vrijheid van godsdienst en de daaruit voortvloeiende privileges.
De rechtszaak ging door tot en met de Hoge Raad der Nederland. Dit hoogste rechtsorgaan van ons land constateerde in 1987 dat de ‘activiteiten niet afwijken van wat gebruikelijk is in seksclubs’ en dat er ‘geen religieuze ervaring valt waar te nemen bij de zusters, noch bij de betalende bezoekers’.
Van de kerkstatus kon volgens de Hoge Raad daarom geen sprake zijn.
| Kroegbaas rookt zelf rustig verder |
Cafébaas Ton van der Werf (60) werd twee keer gedotterd en eenmaal getroffen door een hartinfarct.
Geen wonder, erkent hijzelf, de Rotterdammer rookt liefst twee pakjes shag per dag. ,,En de dokters hebben hoog en laag gesprongen: ik moest stoppen, maar ik peins er niet over.’’
Aan de wet die voorschrijft dat er in zijn café De Schaapsstal niet meer mag worden gerookt, heeft hij dan ook geen boodschap. ,,Roken is mijn keuze, mijn vrijheid. Als ik had willen stoppen had ik daar met mijn ziekenhuisbezoeken genoeg reden voor gehad. Dat ‘Den Haag’ mij nu gaat vertellen wat ik moet doen, daar trek ik me dus lekker niets van aan.’’
Roken en het drijven van zijn dranklokaal op Rotterdam-Zuid gaan hand in hand. ,,Ik ben een eenmansbedrijfje. Ik sta hier van twaalf uur ’s middags tot middernacht. Kan dus ook niet achter de toog weg. Een rookverbod voor mijn kroeg, betekent een rookverbod voor mij als persoon. Dat kan ik niet, dus paft iedereen hier gewoon lekker door.’’
Van der Werf haalde wel de asbakken weg - ‘uitlokken gaat wat ver’- maar legt de bezoeker die een peuk of shagje wil opsteken geen strobreed in de weg. ,,Dit is een bruine kroeg voor vaste bezoekers. D’r komen hier zelden mensen zomaar even aanwaaien. Iedereen kent elkaar en zeker 95 procent van de gasten rookt. De bezoekers zijn gemiddeld een jaar of 60 en komen al bijna alle 25 jaren dat we zijn geopend. Ik verdraag het niet dat mensen mij iets verbieden, dus dan ga ik mensen hun peukje ook niet afpakken.’’
Van der Werf is niet bevreesd voor controles. ,,Ik wil ze niet uitdagen natuurlijk, maar ik zie het allemaal wel. Als ze met boetes en waarschuwingen gaan strooien, zal ik er nog eens over nadenken.’’
De kroegbaas sloot zich aan bij de ongeveer vierhonderd horecaondernemers die via een kort geding het rookverbod nietig wilden laten verklaren. Ze verloren, dus is zijn hoop gevestigd op een mogelijk hoger beroep. ,,Toch reken ik nergens op, maar als we dan weer verliezen, ga ik niet alsnog politieagentje spelen.’’







