Rokers zijn asociale paria’s, luchtvervuilers, een ongewenste groep hufters binnen onze maatschappij. En dus worden we vanaf 1 juli legaal gediscrimineerd in het uitgaansleven. Nog twee dagen dan is het rookverbod een feit. Natuurlijk ben ik een tegenstander van deze maatregel en niet in de laatste plaats omdat de beweegredenen uiterst discutabel zijn. Op vele websites wordt terecht betoogd dat een rookverbod hypocriet is. Wel roken verbieden en onderhand 2 miljard per jaar aan accijns opstrijken. Wij rokers dragen bij aan de welvaart en mogen daar iets voor terugverwachten. Het laatste woord zal er nog niet over gesproken zijn.
Gisteren ontdekte ik dat het omstreden rookverbod ook voordelen heeft. Ik bezocht samen met een lieve dame een parabeurs in Amsterdam. Beide roken we en dus lasten we de noodzakelijke rookpauze in. Op een buitenterras ontdekte we een bond gezelschap rokers. Vrijwel onmiddellijk ontstond er een onderhoudend contact met onze “lotgenoten” Wij “paria’s” konden het uitstekend met elkaar vinden. Het werd zo gezellig dat we het doel van onze komst, de beurs, bijna vergaten. Jammer voor de standhouders die toch al over het gebrek aan belangstelling klaagden. Wat overigens niets met een rookverbod maar met de belabberde organisatie te maken had. Na een uurtje namen we van elkaar afscheid maar niet voordat er over en weer visitekaartjes waren uitgewisseld.
Roken is straks voorbehouden aan een exclusief gezelschap, dat van overheidswege min of meer tot elkaar is veroordeeld. Bijeengepakt bij rookpalen en onder afdakjes, mogen we onze verslaving beleven. Het is absurd en belachelijk maar het levert je wel nieuwe contacten op. Nog vers in mijn geheugen staat mijn ontmoeting met Sylvana Simons. Op een tentoonstelling botsten we letterlijk tegen elkaar. Mijn excuses nam ze sportief op. Haar vraag of ik toevallig een roker was kon ik met ja beantwoorden. Even later zaten we in een achterafzaaltje knus te keuvelen onder het genot van een glaasje wijn en het pakje kankerstokjes binnen handbereik. Minstens twee uur hebben we gepraat en zo leerde ik de serieuze kant van deze voor mij tot voor kort oppervlakkige, donkere schoonheid kennen.
Precies een jaar geleden besloot ik een reis met de trein naar het hoge Noorden te maken. Ik zal je mijn relaas over reistijden, vertragingen en andere nadelen van het openbaarvervoer besparen want die zijn genoegzaam bekend. Ruim 3 uur onderweg, zonder de geneugten van een lekker sigaartje, is afzien. Op de terugreis moest ik overstappen. Op het perron zocht ik een rookplek op. Ik stond naast een aantrekkelijke jongedame. We raken aan de praat en blijken dezelfde eindbestemming te hebben. Met als gevolg dat mijn terugreis, en hopelijk ook die van haar, een stuk aangenamer werd. Het enige minpuntje aan de conversatie waren haar enthousiaste verhalen over een kersverse liefde. Je kunt niet alles hebben.
Roken verbroedert. Misschien komt er een tijd dat dit besef bij de antirookmaffia gaat doordringen en ze de gezelligheid van de rokers in hun midden node missen. Al was het alleen maar om de stank die straks in de kroegen en ander horecagelegenheden gaat overheersen. Stank? Ja, dat zijn althans de klachten uit het buitenland waar het rookverbod eerder werd ingevoerd. Tabakslucht blijkt andere vervelende geuren te maskeren. Een scheet, een overdadig gebruik van deodorant, parfum of zweetluchtjes kunnen de atmosfeer verzieken. De stank van alcohol en verschraalt bier gaan opvallen. Je schijnt die luchtjes heel moeilijk met afzuiging weg te kunnen nemen. En ik verzeker je dat het aantal vrijgezellen nog meer zal toenemen want “mag ik u een vuurtje geven?” als openingszin is er niet meer bij.
Wat de gevolgen van het rookverbod zijn voor de horeca is in ons land nog niet te overzien. De tabakshaters roepen heel hard dat ze nu eindelijk ook eens uit kunnen gaan. Ze benadrukken daarbij dat hun groep ruim in de meerderheid is. Dat valt niet te ontkennen. Maar als deze groep “achtergestelden” werkelijk zo belangrijk is, waarom heeft de horeca dan een rookverbod nodig? Je zou toch denken dat slimme ondernemers, gespecialiseerd in gastvrijheid en dienstverlening, rookvrije kroegen en cafés waren begonnen. Inderdaad is dat geprobeerd maar de eerste rookvrije kroeg van ons land ging failliet. De rookvrije gedeelten in restaurants zijn alleen bezet als het rokersgedeelte vol zit. Vreemd? Misschien zijn rokers wel gezelliger dan niet-rokers en gaan ze vaker uit omdat het levensgenieters zijn. Ik moet je het antwoord schuldig blijven. Ik vertoef zelden of nooit tussen niet-rokers.
Ons land telt 40.000 horecagelegenheden. Interessant is te bezien hoe het rookverbod te handhaven is. Er zijn 200 controleurs aangenomen. Met wat rekenwerk kom je dan al snel tot de conclusie dat een effectieve controle ondoenlijk is. Gemiddeld zal elk horecabedrijf op z’n hoogst één keer in het jaar een controleur kunnen verwachten. Die paar honderd euro boete, die neem je dan toch gewoon voor lief? Zeker als het rookverbod je tienduizenden euro’s omzet kost. Wie zien dit nu ook in andere landen gebeuren. Spanje en Duitsland overtreden massaal het rookverbod. Er worden nieuwe, juridische constructies bedacht om het rookverbod te omzeilen. De zelfbedieningskroeg is in opkomst. Amstelveen beleeft daarvan de Nederlandse primeur. En zo zullen langzaam maar zeker de poten onder dit onzinnige rookverbod worden afgezaagd.
Maar hoe zat het ook alweer? Voor wie was dat rookverbod in het leven geroepen? Het ging toch in hoofdaak om de werknemers en hun recht op een rookvrije werkplek? Zaten ze daar eigenlijk op te wachten? Hebben ze hun stem laten horen? Zijn de horecawerknemers in staking gegaan om dat recht af te dwingen? Neen, ik heb nog geen horecaman of horecavrouw horen jubelen over de maatregelen. Logisch want het rookverbod is weer de zoveelste betuttelende maatregel ons opgedrongen door Brussel. Fijn, dat lidmaatschap van de EU. Vandaag mogen we niet meer roken, morgen gaat de vette hap in de ban, overmorgen zullen we geen Cola meer mogen drinken vanwege de onbekende samenstelling. Wie weet wat ons nog verder te wachten staat.
Enige maanden geleden werd in België serieus gedebatteerd over snoepgoed. Sommige politici willen het lekkers uit de winkelschappen halen. Voorstanders van het rookverbod moeten bedenken dat als de naleving slaagt de euforie in Brussel toeneemt en we nog meer van deze betutteling kunnen verwachten. Lang Leve Het Europese Verdrag!!
Ko van Dijk.
Gisteren ontdekte ik dat het omstreden rookverbod ook voordelen heeft. Ik bezocht samen met een lieve dame een parabeurs in Amsterdam. Beide roken we en dus lasten we de noodzakelijke rookpauze in. Op een buitenterras ontdekte we een bond gezelschap rokers. Vrijwel onmiddellijk ontstond er een onderhoudend contact met onze “lotgenoten” Wij “paria’s” konden het uitstekend met elkaar vinden. Het werd zo gezellig dat we het doel van onze komst, de beurs, bijna vergaten. Jammer voor de standhouders die toch al over het gebrek aan belangstelling klaagden. Wat overigens niets met een rookverbod maar met de belabberde organisatie te maken had. Na een uurtje namen we van elkaar afscheid maar niet voordat er over en weer visitekaartjes waren uitgewisseld.
Roken is straks voorbehouden aan een exclusief gezelschap, dat van overheidswege min of meer tot elkaar is veroordeeld. Bijeengepakt bij rookpalen en onder afdakjes, mogen we onze verslaving beleven. Het is absurd en belachelijk maar het levert je wel nieuwe contacten op. Nog vers in mijn geheugen staat mijn ontmoeting met Sylvana Simons. Op een tentoonstelling botsten we letterlijk tegen elkaar. Mijn excuses nam ze sportief op. Haar vraag of ik toevallig een roker was kon ik met ja beantwoorden. Even later zaten we in een achterafzaaltje knus te keuvelen onder het genot van een glaasje wijn en het pakje kankerstokjes binnen handbereik. Minstens twee uur hebben we gepraat en zo leerde ik de serieuze kant van deze voor mij tot voor kort oppervlakkige, donkere schoonheid kennen.
Precies een jaar geleden besloot ik een reis met de trein naar het hoge Noorden te maken. Ik zal je mijn relaas over reistijden, vertragingen en andere nadelen van het openbaarvervoer besparen want die zijn genoegzaam bekend. Ruim 3 uur onderweg, zonder de geneugten van een lekker sigaartje, is afzien. Op de terugreis moest ik overstappen. Op het perron zocht ik een rookplek op. Ik stond naast een aantrekkelijke jongedame. We raken aan de praat en blijken dezelfde eindbestemming te hebben. Met als gevolg dat mijn terugreis, en hopelijk ook die van haar, een stuk aangenamer werd. Het enige minpuntje aan de conversatie waren haar enthousiaste verhalen over een kersverse liefde. Je kunt niet alles hebben.
Roken verbroedert. Misschien komt er een tijd dat dit besef bij de antirookmaffia gaat doordringen en ze de gezelligheid van de rokers in hun midden node missen. Al was het alleen maar om de stank die straks in de kroegen en ander horecagelegenheden gaat overheersen. Stank? Ja, dat zijn althans de klachten uit het buitenland waar het rookverbod eerder werd ingevoerd. Tabakslucht blijkt andere vervelende geuren te maskeren. Een scheet, een overdadig gebruik van deodorant, parfum of zweetluchtjes kunnen de atmosfeer verzieken. De stank van alcohol en verschraalt bier gaan opvallen. Je schijnt die luchtjes heel moeilijk met afzuiging weg te kunnen nemen. En ik verzeker je dat het aantal vrijgezellen nog meer zal toenemen want “mag ik u een vuurtje geven?” als openingszin is er niet meer bij.
Wat de gevolgen van het rookverbod zijn voor de horeca is in ons land nog niet te overzien. De tabakshaters roepen heel hard dat ze nu eindelijk ook eens uit kunnen gaan. Ze benadrukken daarbij dat hun groep ruim in de meerderheid is. Dat valt niet te ontkennen. Maar als deze groep “achtergestelden” werkelijk zo belangrijk is, waarom heeft de horeca dan een rookverbod nodig? Je zou toch denken dat slimme ondernemers, gespecialiseerd in gastvrijheid en dienstverlening, rookvrije kroegen en cafés waren begonnen. Inderdaad is dat geprobeerd maar de eerste rookvrije kroeg van ons land ging failliet. De rookvrije gedeelten in restaurants zijn alleen bezet als het rokersgedeelte vol zit. Vreemd? Misschien zijn rokers wel gezelliger dan niet-rokers en gaan ze vaker uit omdat het levensgenieters zijn. Ik moet je het antwoord schuldig blijven. Ik vertoef zelden of nooit tussen niet-rokers.
Ons land telt 40.000 horecagelegenheden. Interessant is te bezien hoe het rookverbod te handhaven is. Er zijn 200 controleurs aangenomen. Met wat rekenwerk kom je dan al snel tot de conclusie dat een effectieve controle ondoenlijk is. Gemiddeld zal elk horecabedrijf op z’n hoogst één keer in het jaar een controleur kunnen verwachten. Die paar honderd euro boete, die neem je dan toch gewoon voor lief? Zeker als het rookverbod je tienduizenden euro’s omzet kost. Wie zien dit nu ook in andere landen gebeuren. Spanje en Duitsland overtreden massaal het rookverbod. Er worden nieuwe, juridische constructies bedacht om het rookverbod te omzeilen. De zelfbedieningskroeg is in opkomst. Amstelveen beleeft daarvan de Nederlandse primeur. En zo zullen langzaam maar zeker de poten onder dit onzinnige rookverbod worden afgezaagd.
Maar hoe zat het ook alweer? Voor wie was dat rookverbod in het leven geroepen? Het ging toch in hoofdaak om de werknemers en hun recht op een rookvrije werkplek? Zaten ze daar eigenlijk op te wachten? Hebben ze hun stem laten horen? Zijn de horecawerknemers in staking gegaan om dat recht af te dwingen? Neen, ik heb nog geen horecaman of horecavrouw horen jubelen over de maatregelen. Logisch want het rookverbod is weer de zoveelste betuttelende maatregel ons opgedrongen door Brussel. Fijn, dat lidmaatschap van de EU. Vandaag mogen we niet meer roken, morgen gaat de vette hap in de ban, overmorgen zullen we geen Cola meer mogen drinken vanwege de onbekende samenstelling. Wie weet wat ons nog verder te wachten staat.
Enige maanden geleden werd in België serieus gedebatteerd over snoepgoed. Sommige politici willen het lekkers uit de winkelschappen halen. Voorstanders van het rookverbod moeten bedenken dat als de naleving slaagt de euforie in Brussel toeneemt en we nog meer van deze betutteling kunnen verwachten. Lang Leve Het Europese Verdrag!!
Ko van Dijk.


van 

