A
Aanslingeren: aantal korte pufjes achter elkaar.
Accu: de oplaadbare batterij.
Ampul: het deel waarin de nicotinehoudende vloeistof (Liquid) zit.
Analoog roken: je normale sigaret.
Atomizer: het gedeelte van de sigaret, sigarillo, sigaar en pijp waar de liquid wordt verdampt.
B
Batterij: het langste deel van de e-sigaret. Of de losse accu's van een sigarillo, sigaar of pijp.
Beschermhuls: het witte hulsje dat direct om de ampul zit.
Bijdruppelen: een bijna lege ampul navullen met liquid.
C
Charger: de lader.
Cartridge: zit vast aan het mondstukje en is gevuld met liquid. Wordt meestal ampul gemoemd.
container: buitenverpakking van sommige merken ampullen.
Core: een lege nieuwe ampul die je zelf met liquid kunt vullen. Ook een gevulde ampul wordt wel eens zo genoemd.
D
Dampen: het roken met de e-sigaret.
Digitaal roken: je nieuwe 'schone' e-peuk.
Druppelmethode=druppelen: druppels liquid rechtstreeks op de atomizer laten vallen.
Droogroken: een manier om je atomizer van overvloedige liquid te ontdoen.
E
E-peuk: elektronische sigaret.
E-pijp: electronische pijp.
E-sigaar: electronische sigaar.
E-sigarillo: electronische sigarillo.
E-roken: electronisch roken= gezonder roken= het nieuwe roken.
F
Floppen: het naar beneden drukken van het watje met liquid en weer omhoog halen, zodat de liquid beter is verdeeld.
Filterwatten: de vulling die zich in de ampul bevindt.
G
Gier: het gevoel in je keel/longen veroorzaakt door het inademen van rook/damp (waardoor je ook kan gaan hoesten).
Gebruiksaanwijzing: aanwijzingen hoe je e-artikel te gebruiken.
H
Handleiding:gebruiksaanwijzing.
Hijsen: zuigen(aan je e-artikel)
I
Injectiespuit: spuitje om de watten mee uit te persen, of de ampul te vullen.
Injectienaald: deel van de injectiespuit.
J
K
Kern: meestal wordt hier een nieuwe lege ampul mee bedoeldt. Deze kan men zelf vullen met liquid.
Kuisen: = Reinigen = Schoonmaken.
Klotending: e-sigaret die slecht werkt.
L
Lader: hiermee laad je de batterijen op.
Led: het lampje aan de voorkant van je sigaret.
Liquid: de vloeistof die in de ampul zit (met of zonder nicotine, met of zonder smaakjes etc).
Liquidcontainer: zit vast aan het mondstukje en is gevuld met liquid.
M
Mixen: liquid van verschillende sterktes en/of smaken mengen.
Model: het model sigaret dat je hebt (staat meestal op de website van de verkoper).
Mondstuk: het filtergedeelte van een sigaret/sigaar/cigarillo/pijp.
N
Netsnoer: de laadkabel van de lader.
Nicotine: verslavend bestanddeel van een sigaret. Deel van de liquid in de ampullen.
O
Oplader: de lader om de batterijen mee op te laden.
P
Patroon: het deel waarin de nicotinehoudende vloeistof (Liquid) zit.
Pear: houtsoort waarvan de kop van de e-pijp wordt gemaakt.
Persen: het laatste beetje liquid uit het watje knijpen.
Q
R
Reanimeren: een manier om een niet rokend e-artikel weer aan het roken te krijgen.
Reinigen: schoonmaken, onderhoud van je e-artikel.
Resetten: Een dun pennetje in het gaatje van de e-sigaar stoppen, zodat vervolgens de atomizer schoonbrandt. Achterop de led blazen bij e-sigaret.
S
Samenvoegen: Onderdelen van verschillende merken gebruiken om een sigaret te maken.
Snoer: de laadkabel van de lader.
Stress: gemoedstoestand wanneer alle batterijen leeg zijn of de ampullen/liquid op is.
Spuitje: medisch spuitje, handig bij het druppelen en uitpersen.
T
Trekken: zuigen(aan je e-artikel).
U
Uitpersen: het laatste beetje liquid uit je ampul halen.
V
Vulling: het deel waarin de nicotinehoudende vloeistof (Liquid) zit.
Verdamper: het gedeelte waar zich de gloeispiraal bevindt.
W
Watten: de vulling die zich in de ampul bevindt.
X
Y
Z
Aanslingeren: aantal korte pufjes achter elkaar.
Accu: de oplaadbare batterij.
Ampul: het deel waarin de nicotinehoudende vloeistof (Liquid) zit.
Analoog roken: je normale sigaret.
Atomizer: het gedeelte van de sigaret, sigarillo, sigaar en pijp waar de liquid wordt verdampt.
B
Batterij: het langste deel van de e-sigaret. Of de losse accu's van een sigarillo, sigaar of pijp.
Beschermhuls: het witte hulsje dat direct om de ampul zit.
Bijdruppelen: een bijna lege ampul navullen met liquid.
C
Charger: de lader.
Cartridge: zit vast aan het mondstukje en is gevuld met liquid. Wordt meestal ampul gemoemd.
container: buitenverpakking van sommige merken ampullen.
Core: een lege nieuwe ampul die je zelf met liquid kunt vullen. Ook een gevulde ampul wordt wel eens zo genoemd.
D
Dampen: het roken met de e-sigaret.
Digitaal roken: je nieuwe 'schone' e-peuk.
Druppelmethode=druppelen: druppels liquid rechtstreeks op de atomizer laten vallen.
Droogroken: een manier om je atomizer van overvloedige liquid te ontdoen.
E
E-peuk: elektronische sigaret.
E-pijp: electronische pijp.
E-sigaar: electronische sigaar.
E-sigarillo: electronische sigarillo.
E-roken: electronisch roken= gezonder roken= het nieuwe roken.
F
Floppen: het naar beneden drukken van het watje met liquid en weer omhoog halen, zodat de liquid beter is verdeeld.
Filterwatten: de vulling die zich in de ampul bevindt.
G
Gier: het gevoel in je keel/longen veroorzaakt door het inademen van rook/damp (waardoor je ook kan gaan hoesten).
Gebruiksaanwijzing: aanwijzingen hoe je e-artikel te gebruiken.
H
Handleiding:gebruiksaanwijzing.
Hijsen: zuigen(aan je e-artikel)
I
Injectiespuit: spuitje om de watten mee uit te persen, of de ampul te vullen.
Injectienaald: deel van de injectiespuit.
J
K
Kern: meestal wordt hier een nieuwe lege ampul mee bedoeldt. Deze kan men zelf vullen met liquid.
Kuisen: = Reinigen = Schoonmaken.
Klotending: e-sigaret die slecht werkt.
L
Lader: hiermee laad je de batterijen op.
Led: het lampje aan de voorkant van je sigaret.
Liquid: de vloeistof die in de ampul zit (met of zonder nicotine, met of zonder smaakjes etc).
Liquidcontainer: zit vast aan het mondstukje en is gevuld met liquid.
M
Mixen: liquid van verschillende sterktes en/of smaken mengen.
Model: het model sigaret dat je hebt (staat meestal op de website van de verkoper).
Mondstuk: het filtergedeelte van een sigaret/sigaar/cigarillo/pijp.
N
Netsnoer: de laadkabel van de lader.
Nicotine: verslavend bestanddeel van een sigaret. Deel van de liquid in de ampullen.
O
Oplader: de lader om de batterijen mee op te laden.
P
Patroon: het deel waarin de nicotinehoudende vloeistof (Liquid) zit.
Pear: houtsoort waarvan de kop van de e-pijp wordt gemaakt.
Persen: het laatste beetje liquid uit het watje knijpen.
Q
R
Reanimeren: een manier om een niet rokend e-artikel weer aan het roken te krijgen.
Reinigen: schoonmaken, onderhoud van je e-artikel.
Resetten: Een dun pennetje in het gaatje van de e-sigaar stoppen, zodat vervolgens de atomizer schoonbrandt. Achterop de led blazen bij e-sigaret.
S
Samenvoegen: Onderdelen van verschillende merken gebruiken om een sigaret te maken.
Snoer: de laadkabel van de lader.
Stress: gemoedstoestand wanneer alle batterijen leeg zijn of de ampullen/liquid op is.
Spuitje: medisch spuitje, handig bij het druppelen en uitpersen.
T
Trekken: zuigen(aan je e-artikel).
U
Uitpersen: het laatste beetje liquid uit je ampul halen.
V
Vulling: het deel waarin de nicotinehoudende vloeistof (Liquid) zit.
Verdamper: het gedeelte waar zich de gloeispiraal bevindt.
W
Watten: de vulling die zich in de ampul bevindt.
X
Y
Z


